Jaarrekening Stichting SONT 2023

Vermogen SONT per 1-1-2023

Bankrekening € 1.708,94
Bankspaarrekening € 138,73
Totaal € 1.847,67

Uitgaven en Inkomsten 2023

Uitgave 2023 Bedrag Inkomsten 2023 Bedrag
Vergaderkosten/zaalhuur € 312,38 Rente € 12,68
Portokosten € 9,60 Contributie leden € 1.125,00
Bankkosten € 233,29 Giften € 140,16
Lidmaatschap EBLT € 100,00
Reiskosten € 140,16
Totaal € 795,43 Totaal € 1.277,84

Verlies/Winst en Vermogen per 31-12-2023

Verlies/Winst boekjaar € 482,41
Bankrekening € 178,67
Bankspaarrekening € 2.151,42
Totaal Vermogen 31-12-2023 € 2.330,08

JAARREKENING IN VERGADERING BESTUUR D.D.  1 juli 2024 GOEDGEKEURD. 

SONT is een AMBI instelling sinds 1-1-2020.  

Giften zijn welkom zodat het werk om het Nedersaksisch levend te houden voortgezet kan worden.  

Giften kunt u overmaken op bankrek nr. NL55 INGB 0003 8540 04 t.n.v. Stichting Sont

Maotregels die grote schae doen zullen an et Stellingwarfs

Almelo / Oosterwoolde, 10 juni 2024

Achte leden van Perveensiaole Staoten van Frieslaand,

Wi’j hebben mit grote ongerusthied kennis neumen van twie veurneumen maotregels die bi’j et eventuele deurvoeren grote schae doen zullen an et Stellingwarfs, onderdiel van et Nedersaksisch dat in Noordoost-Nederlaand praot wodt, liekas in grote patten van Duutslaand. Wi’j doen een beroep op jow om invloed uut te oefenen om de veurstellen te wiezigen. Wi’j reageren as SONT, de Streektaelorgenisaosies in et Nedersaksisch Taelgebied. Et gaot om twie veurstellen.

De maotregel om de subsidie veur de Stellingwarver Schrieversronte struktureel veur een zesde te kotten – de helte van de perveensiaole bi’jdrege dislange – hoolt in dat die instelling vule minder slagkracht hoolt om projekten te ontwikkelen of om die te ondersteunen. Dat wiels daor toch slim verlet van is, beslist ok in verbaand mit de naodrokkelike weens om de Nedersaksische tael over te dregen op jongere generaosies. D’r bin dan misschien wel incidentele middels beschikber veur et Stellingwarfs, mar die kuj’ allienig verkriegen mit, per projekt, een professionele anvraoge. Kotting op de strukturele subsidie van de SSR verzwakt juust et vermogen om foonsen te verwarven. Binnen et budget van de SSR moet ja ommes ok veul aander wark daon wodden.

Et vaalt niet te begriepen dat de Perveensie bezunigen wil op de subsidie en toegelieke mit-ondertekener is van et Konvenaant Nedersaksisch (oktober 2018), waorbi’j inspanningsverplichtings angaon binnen. Hoe kan de Perveensie tot disse keuze kommen wezen: halvering subsidie op een officiële regionaole tael? Et is butengewoon pienlik om te zien dat d’r een grote onbelaans is tussen de investerings in et Frysk en die in et Stellingwarfs.

Et is et veurnemen van et perveensiaol bestuur om onderwies in et Frysk verplicht te stellen in de gemiente Oost-Stellingwarf. Mar et zol juust veur de haand liggen om dat gebied vri’j te holen en geef d’r roem onderwies in et Stellingwarfs. Dat is omdat et gebied van ooldsher Stellingwarfs Nedersaksisch-taelig is, ok al bin d’r now inkelde dörpen veural Friestaelig. Et Frysk verplicht stellen in gebieden die van ooldsher Stellingswarfstaelig binnen, zoks heurt niet. Op die meniere wodt veurbi’jgaon an de sociaol-kulturele identiteit van de gemiente en an de belangen van de inwoners. Die zollen juust diend wezen mit onderwies in et Stellingwarfs. De verfriesing van oorspronkelik Saksische gebieden kan gien doelstelling wezen van de wet op et Frysk. Dat liekt op oneigenlik gebruuk van de wet. Et zol de perveensie Fryslân sieren de taelkundige riekdom van de perveensie recht te doen deur et Stellingwarfs te bescharmen, evenweerdig an en op dezelde meniere as et Fries. Now liekt et omgekeerde et geval.

We bin alarmeerd deur de veurnemens. In plaets van een beleid te voeren waorbi’j de kulturele diversiteit uutdreugen en verstarkt wodt, is d’r een beweging in et veurneumen beleid om et Stellingwarfs / Nedersaksisch weeromme te drokken of te verdringen. 

Wi’j maeken dus eernstig bezwaor tegen de halvering van et perveensiaol subsidie en tegen et toepassen van de wet gebruuk Fries op de gemiente Oost-Stellingwarf. Wi’j raoden en verzuken perveensiaole staoten dringend: verlien ontheffing an Oost-Stellingwarf en laot in de wet de gemiente numen bi’j et niet-Friestaelige gebied in Frieslaand, krek as de gemiente West-Stellingwarf.

Mit vrundelike groet,

Uut naeme van et SONT (Streektaelorgenisaosies in et Nedersaksisch Taelgebied).

Hans Gerritsen, veurzitter, Almelo (OV)

Henk Bloemhoff, siktaoris, Oosterwolde / Oosterwoolde (FR)

André Baars, ponghoolder, Arnhem (GD)

Annet Westerdijk, vice-veurzitter, Zwolle (OV)

Anne Doornbos, lid, Een / Ein (DR)

Ria Broeze, lid, Hoge Hexel (OV)

Paul Seesing, lid, Keijenborg / Keijdarp (GD)

Concretiseringsplan Nedersaksisch voor de jaren 2024-2025

Voor elk doel hierna voert SONT een lobby. Bij overheden, bij politieke partijen, in de media, in het publieke debat. SONT vraagt ieders inzet en steun.

  1. Wij verzoeken de Nedersaksische overheden de toepassing van deel III van het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden opnieuw bij de minister aan te vragen. Nederland heeft immers recent ook het Papiaments erkend onder deel III. In 1998 gebeurde dat al voor het Fries. Wij vragen met klem gelijke behandeling. Meer dan eens is die door het ministerie van Binnenlandse Zaken afgewezen, terwijl onder meer de juristen J. Jans en M. Herweijer hadden aangetoond dat erkenning onder deel III heel wel mogelijk is (zie hun rapport Nedersaksisch waar het kan). Ook was er, al vanaf 1995, regelmatig steun in de Tweede Kamer. De laatste afwijzing was in 2013, door toenmalig minister Plasterk van Binnenlandse Zaken.[i] Toelichting: toepassing van deel III is veel beter dan alleen erkenning onder deel II. Deel III is concreter en sterk bindend, veel meer dan deel II. Bovendien wordt het huidige onderscheid ‘Nedersaksisch = deel II-taal, geen III-taal’ soms misbruikt om onze Nedersaksische taal uit te sluiten. Zo vond de KNAW onlangs dat voor het Nedersaksisch en Limburgs geen bacheloropleidingen ingericht hoeven te worden maar wel voor het Fries, zijnde een deel III-taal. Er heerst een vicieuze cirkel: men krijgt geen erkenning onder deel III omdat de voorzieningen er (nog) niet zijn, en men krijgt geen voorzieningen omdat er geen erkenning onder deel III heeft plaatsgevonden. De erkenning deel III moet daarom snel tot stand komen; indien niet door de minister dan door een meerderheid in de Tweede Kamer. Een ongelijke behandeling ten opzichte van het Fries en Papiaments kan niet blijvend zijn. (Toepassing van deel III zou sowieso moeten plaatsvinden; zo zegt het Rapport van Uitleg: ‘49. (…) In het handvest wordt er in principe wel vanuit gegaan dat staten gebruikmaken van de mogelijkheden van Deel III, omdat daarin de essentie van de door het Handvest geboden bescherming is vastgelegd.’)
  2. In de Grondwet moet spoedig een artikel opgenomen worden van de volgende inhoud: ‘Nederland beschermt en bevordert zijn regionale talen Nedersaksisch, Limburgs, Papiaments en Fries’. Toelichting: vanaf de jaren tachtig al moeten wij onophoudelijk strijd leveren voor verbetering van de positie van het Nedersaksisch, en steeds opnieuw moeten we uitleggen dat dat nodig is en waarom. De Grondwet moet worden voorzien van het genoemde tekstvoorstel. Dat kreeg al veel medestanders tijdens het Symposium erkende talen in Wolvega (21-4-2022). Voorbeeld is geweest de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, waar Nederduits, Fries en Deens grondwettelijke bescherming genieten. (N.B. Enkele politieke partijen in Nederland willen wel opneming van het Fries in de Grondwet, maar ‘vergeten’ het Nedersaksisch. Laten we nieuwe achterstelling en ongelijkheid voorkiomen. Ons Nedersaksisch moet hoe dan ook in de Grondwet.)
  3. Het gebruik van het Nedersaksisch in bestuurlijk verkeer moet vrij zijn. Daartoe moet de wet AWB aangepast worden, omdat die in zijn huidige formulering juist het gebruik belemmert. Dat is in strijd met Handvest en Convenant. Wij vragen daartoe bij de minister aan te dringen op verbetering. Eerder is dit voorstel gelanceerd op het Symposium erkende talen in Wolvega (21-4-2022), en het kreeg veel bijval. Het tekstvoorstel is: ‘Provinciale en gemeentelijke overheden en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen mogen naast het Nederlands de in hun gebieden erkende regionale talen gebruiken’. Ons verzoek aan de minister schijnt doorgestuurd te zijn naar de Nedersaksische overheden. Maar dit is nu juist iets wat alleen de minister zelf kan verwezenlijken: alleen het Rijk kan wetten instellen of aanpassen. En dat laatste moet het Rijk zo snel mogelijk doen.
  4. Naar analogie van het Fries is er een wet op het gebruik van het Nedersaksisch nodig. Dit temeer omdat de wet voor het Fries ook voor de Nedersaksische gemeente Oost-Stellingwerf geldt. Dat gebied is vanouds grotendeels Stellingwerfstalig. Er zijn wel meer en meer Nederlands- en Friestaligen komen wonen, maar het Stellingwerfs heeft er nog steeds een vaste positie en Stellingwerfstaligen mogen niet achtergesteld worden bij Friestaligen. In tegenstelling met het Fries heeft het gebruik van het Nedersaksisch nog steeds geen bescherming door een wet. Deze ongelijkheid moet weg door middel van een wet Nedersaksisch. We stellen voor om een jurist uit te nodigen om die wet voor te bereiden – voor het hele gebied van het Nedersaksisch uiteraard. Verder moet in Stellingwerf het Stellingwerfs Nedersakisch, naast het Nederlands, ook als officiële taal gelden, net als het Fries voor het geheel van de provincie. Tot nu toe noemen de lagere overheden het Stellingwerfs niet als officiële regionale taal. Dat is onterecht en moet veranderen.
  5. Overeenkomstig wat het handvest voorstaat met betrekking tot plaatsnaamborden en in aansluiting bij wat het convenant vraagt, nl. de zichtbaarheid van de regionale taal, vragen wij de Nedersaksische overheden het voortouw en de coördinatie te nemen bij de invoering van tweetalige plaatsnaamborden in het hele gebied. Het voortouw: het betreft weliswaar een gemeentelijke bevoegdheid, maar de provincies kunnen ertoe oproepen. Voorbeelden zijn o.m. te vinden op verschillende plaatsen in Drenthe en Overijssel. De streektaalinstituten kunnen behulpzaam zijn in dezen. Voorbeeld van de procedure: de provincie Fryslân heeft de gemeenten indertijd opgeroepen om de Friese (of Stellingwerfs-Nedersaksische, of anderszins streektalige) waternamen vast te stellen en in officieel gebruik te nemen. Dat is vervolgens gebeurd.
  6. In alle vormen van educatie moet structureel onderwijs in en over het Nedersaksisch plaatsvinden, en over de geschiedenis van het gebied. Het taalonderwijs moet georganiseerd zijn in doorlopende leerlijnen. Dit is conform de aanbevelingen van de Raad van Europa. Daarin staat dat structureel onderwijs noodzakelijk is. Dit is tevens in lijn met het Convenant Nedersaksisch.
  7. Het Convenant Nedersaksisch vraagt om kennisontwikkeling en -verbreiding. Met name is een bacheloropleiding Nedersaksisch nodig, vooral om op de diverse posities vakmensen aan de slag te kunnen krijgen. Zie bijgaande brief aan de minister hoe wij ons die opleiding inhoudelijk voorstellen. De formuleringen zijn opgesteld samen met de voorzitter van de Raod veur ’t Limburgs. De analogie met het Fries leert dat de bacheloropelding jaarlijks zo’n zes tot zeven ton kost. Voor de helft te bekostigen door het Rijk[ii], en voor de helft door de regio’s.
  8. Nodig is ook de instelling van een zogeheten practoraat voor het gehele gebied van het  Nedersaksisch (zie het kaartje onderaan), naar analogie van het Fries. Punt is dat mensen in de praktische beroepen vakkundig en doelgericht om moeten kunnen gaan met de regionale taal. Met name moet gedacht worden aan de zorg, in het bijzonder aan de verpleging.
  9. Het Nedersaksisch behoeft versterking in de regionale en lokale media. Landelijk is erover gesproken om bij de eerstvolgende wijziging van de mediawet daarin ook Nedersaksisch en Limburgs op te nemen en die talen een beschermde status toe te kennen. Met ook een doelbepaling dat ongeveer 50% in de nieuwsvoorziening in de regionale taal gebeurt, uiteraard in de taalvorm die bij het desbetreffende gebied past (zie het kaartje). Wij vragen van de regionale overheden om zich hiervoor in te zetten.
  10. Eveneens is nodig, voor een blijvend sterke, (des)kundige inzet op het punt van de nieuwsvoorziening over Nedersaksisch en Nedersaksische cultuur in de media, de ontwikkeling en verzorging van speciale modules aan een of meer journalistenopeldingen. (Ook dit kan ten goede komen aan alle taalregio’s, zie het kaartje onderaan.)

[i] Zie bijgevoegd verslag van de laatste discussie in de Tweede Kamer

[ii] Voor het Fries inmiddels toegezegd door minister Dijkgraaf

Oproep

Beste lezer,

Wi’j van SONT hebben tegere mit de Raod veur ‘t Limburgs een poze leden de volgende brief an de verschillende poletieke perti’jen stuurd. Dit ter info. We hopen dat et helpt, want dat is wel neudig. Hoort zegt het voort, ok dat is slimme neudig, en help zels ok aj’ mar even kunnen. Ondersteun waor aj’ dat de kommende tied mar kunnen. 

Ok hebben wi’j van SONT een amendement an GruunLinks/PvdA stuurd, een amendement bi’j et perti’jpergramme. Steun et aj’ lid binnen van disse perti’j. Ze willen wel meer veur et Limburgs investeren, mar ’t Nedersaksisch wodt niet nuumd. Hielemaole onderan ziej’ wel wat d’r te doen is.    

Aan de besturen en kandidaten van de partijen voor de komende Tweede Kamer-verkiezingen (november 2023), 

Wij roepen hierbij uw partij nadrukkelijk op om met spoed de regionale talen Nedersaksisch en Limburgs met kracht te ondersteunen en te beschermen,  nadrukkelijker dan tot nu toe gebeurt, en om dat op te nemen in uw verkiezingsprogramma. Ons belangrijkste motief: versterking van het gebruik van Nedersaksisch en Limburgs is wenselijk om deze talen een herkenbare en eigentijdse plek te geven in de dagelijkse en bestuurlijke communicatie in de betrokken regio’s. Het gaat om talen die sinds mensenheugenis deel uitmaken van de Nederlandse cultuur. Terugloop van beide talen zou een aderlating betekenen. Versterking van beide talen is noodzakelijk om hun voortbestaan te borgen in hun regionale functie.  Deze sprong voorwaarts  is heel goed denkbaar, want er is de voorbije jaren een ingrijpende en positieve omslag geweest in de beeldvorming rondom  regionale identiteiten. Regio’s zijn essentieel in een nationale context en hebben een eigen en doorslaggevende functie in het betrekken van mensen in hun eigen omgeving en in hun dagelijks bestaan.  Deze omslag in beeldvorming zien we de laatste jaren terug in maatschappelijke discussies en de betrokkenheid van regionale groeperingen. 

We vragen u de volgende drie passages in uw partijprogramma op te nemen: 

  1. Onze partij wil in alle onderwijsvormen structureel onderwijs in Nedersaksisch en Limburgs realiseren, om de competenties in die beide talen te behouden, uit te breiden en te versterken. Dat onderwijs zal georganiseerd zijn in doorlopende leerlijnen, van uiterst jong tot volwassenheid, omdat inhoudelijke samenhang zo het best kan worden gegarandeerd. Dat zal aansluiten bij de huidige praktijk van het basisonderwijs.
  2. Onze partij wil een aanpassing van de AWB. In de taalgebieden van Nedersaksisch en Limburgs moeten beide talen vrij gebruikt kunnen worden in het bestuurlijk verkeer, zonder de huidige beperkingen. Ons tekstvoorstel (AWB, lid 2) is: ‘Provinciale en gemeentelijke overheden en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen mogen naast het Nederlands de in hun gebieden erkende regionale talen gebruiken’.
  3. Onze partij wil de bescherming van Nedersaksisch en Limburgs verankeren in de Grondwet, artikel 1, en wel door de volgende toevoeging: ‘Nederland beschermt en bevordert zijn regionale talen’.

Deze voorstellen passen goed in de huidige context waarin beide talen:

  • door de regering Nedersaksisch en Limburgs zijn erkend als een verrijking voor het Nederlands cultureel erfgoed ;
  • een sterk bindende kracht hebben in de regionale samenleving;
  • een extra positieve factor zijn in sociale, economische en culturele  contacten met personen en organisaties in aangrenzende Duitse en Belgische regio’s;
  • functioneren als vitaal communicatiemiddel in culturele uitwisselingen en in bestuurlijk verkeer voor het behoud van de regionale  cultuur en identiteit.

Nadere toelichting op de drie passages

bij 1: De afname in beheersing en gebruik is om te buigen in een toename door sterke positieve prikkels. Dat kan met name in het onderwijs: door versterking van de taalcompetenties en door het onderwijs te organiseren in doorlopende leerlijnen. 

Volgens de huidige wetsformulering moet, alvorens men Nedersaksisch en Limburgs mag gebruiken, aangetoond worden dat het gebruik van de regionale taal doelmatiger is dan het gebruik van het Nederlands en dat derden niet onevenredig worden geschaad. Dit moeten aantonen werkt belemmerend. Het vrij mogen gebruiken van de eigen regionale taal moet vanzelfsprekend zijn.  

bij 3: Vanaf de vroege jaren negentig hebben wij gewerkt aan de verbetering van de positie van Nedersaksisch en Limburgs. Ondanks de erkenningen lukt het ons niet dan met heel veel moeite om telkens weer gewenste verbeteringen op de agenda te krijgen. De kracht van de Grondwet kan helpen. Het moet gewenst en normaal zijn om aan het behoud van de regionale talen te werken. Verder vinden we het een principieel recht dat onze talen door de belangrijkste wet van het land worden beschermd.

Namens de Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied (SONT):

                                   Hans Gerritsen, voorzitter

                                   Henk Bloemhoff, secretaris

Namens de Raod veur ’t Limburgs: 

                                   Roeland van hout, voorzitter

                                   Gino Morillo Morales, secretaris

Canon van et Nedersaksisch

Al hiel lange verwaacht en daor hi’j hi’j dan: de Canon van et Nedersaksisch. Wat zol de Nederlaander eigenlik weten moeten? Philomène Bloemhoff schreef een veurstel, naor et veurbeeld van de canon veur de Nederlaanse literetuur. De Canon Nedersaksisch is te kriegen via

https://www.boekenbestellen.nl/ePUB/canon-van-et-nedersaksisch/65189

De Canon verscheen ok in Jaorboek Nedersaksisch 2023 (4). Dat jaorboek is op pepier te kriegen en bestaot ok as e-boek. Ie kun d’r an kommen via

https://www.boekenbestellen.nl/boek/jaorboek-nedersaksisch-4-2023/9789464817591

Kommentaor SONT bi’j kommentaor van de Nederlaanse regering op et laeste visitaosierappot van de Raod van Europa.

Et visitaosierappot is hier te vienen:

https://rm.coe.int/netherlandsecrml7-en/1680aa8930

En et kommentaor van de NL-regering hiere: 

https://rm.coe.int/netherlands-iria7-en/1680ae9ef0

Oons kommentaor, dus van de orgenisaosie SONT, wodde vraogd deur de Raod van Europa en is dus opstuurd an de Raod van Europa, dat wil zeggen an Division of National Minorities and Minority Languages, Directorate of Anti-Discrimination, DGII Democracy, Council of Europe

Dit was oons kommentaor: 

I hereby send you the response from the umbrella organization SONT ‘Regional Language Organizations Low Saxon area [in the Netherlands]’. Our organization is not governmental. We apologize for our somewhat delayed response.

General remarks

First we will make some more general comments. The Dutch government excluded Low Saxon since 1995 from part III of the Charter. The Covenant Nedersaksisch / Low Saxon was made after that the government decided again and again to implement only part II to Low Saxon. The last time was after about seventeen years of discussion. The government has consistently failed to provide reliable arguments for this, arguments that are in line with the charter. That is why this position is in conflict with the Charter, which assumes that in normal cases a regional language should fall under both Part II and Part III, having regard also to paragraph 42 of the Explanatary Report, which states that the reasons for not applying Part III must be compatible with the spirit, purposes and principles. However, that is not the case. For that reason alone, Part III should immediately be applied.

The Covenant for the Low Saxon regional language was established october 2018. If it had been used effectively, there would have been an employment of good governance. But until now this has not been the case. On the contrary, no policy initiatives emerged. A certain outside initiative was even frustrated. The umbrella organisation SONT proposed to change the law called Algemene Wet Bestuursrecht ‘Law for general administration’ to make it possible that speakers of Low Saxon (and Limburgian) are allowed to speak their regional language in the domain of administration without any restrictive regulations. According to the Covenant the central government is obliged to help in the case provinces and municipalities don’t have the authority. Changing of the law is such a case. But the central government made no effort to do so itself and is asking now the regional and local authorities what to do, for the Covenant excludes the introduction of new laws. But in fact all that has been asked for is an amendment to a law, due to a passage that frustrates a free use of Low Saxon.

This and the fact that the Covenant does not work in a sufficient way makes that SONT no longer accepts the rejection of Part III for Low Saxon. We have started a new offensive to achieve ten concrete goals. 

The most important goals are: 

  • Part III should be applied to Low Saxon immediately
  • Design a continuous learning path of structural education in Low Saxon
  • Include the protection of Low Saxon in the constitution, like in some northern German states with respect to Low German 
  • Make the free use of Low Saxon possible in the domain of regional and local governments
  • Establish a law for the use of Low Saxon 
  • Concretize a bachelor’s degree for Low Saxon
  • Ensure that local en regional television and radio-broadcast is for at least 50% in the Low Saxon language

We recommend that all these points are set out in the context of the relevant paragraphs of part III of the Charter. Otherwise, the central government will reject proposals. They recently did so with respect to our proposal concerning a bachelor’s program. According to the minister, ‘Low Saxon is not recognized with respect to part III; Frisian does and therefore receives a bachelor’s degree.’  So Low Saxon will lack bachelor’s programs because of the exclusion of part III.

We now come to your special questions, with respect to: 

Recommendation 2a. Prepare a strategy to ensure the teaching and study of Low Saxon as a subject at all levels of education and promote its use in preschool education

Recommendation 2b. Set up a body responsible for representing the interests of Low Saxon speakers at national level

Recommendation 2a.

The advice of the Council of Europe has always been that the national government should introduce a national, broad strategy for Low Saxon, for all forms of education. The central government occasionally repeats that the law offers the possibility of education in Low Saxon. Our comments on this are as follows. Unfortunately the government does nothing to realize curricula and the legal option for structural education. The government says that provinces and municipalities can develop activities. However, provinces and municipalities do not have the option to oblige schools to do so. They only can offer material that can be used in a structural manner. But the central government is responsible for the actual use of the material, for continuity and quality assurance.

Recommendation 2b

Although we highly value the Covenant as a partnership between the Lower Saxon authorities, it cannot be considered either as a representative representation or as a body at national level. So, similar to the Limbörgse Academie  ‘Limburgian Academy’, we conclude ‘(…) that neither the collaboration in the Covenant nor the governments of the Low Saxon provinces and municipalities fulfill the criteria under the Charter to be a ‘body responsible for representing the interests of Low Saxon speakers at national level‘. 

We once again ask for a body at national level in which speakers in the regions are represented and which has a link with the ministries and the national parliament. An example is the Council of Low German / Bundesrat för Nedderdüütsch (Hamburg) at a sub-national level, which represents the speakers / organizations of Low German, and which is also connected to the Bundestag and the Federal Government of Germany.

Concluding remarks

We refer to the commentary of the Limburgian Academy regarding the legal objections to the way in which the Dutch government has applied the charter up to now. The method of application for Low Saxon is largely comparable to that of Limburgish. There is no need to repeat the same comment.

We would like to urge that the Dutch parliament will strictly monitor the loyal application of part III and the actual implementation of it by the Dutch central government. In our opinion, the Dutch representatives in the parliament of the Council of Europe should also play a strong role.

With the greatest respect,

Dr. Hans Gerritsen, chairman of SONT

Dr. Henk Bloemhoff, secretary of SONT

Aan de besturen en kandidaten van de partijen voor de komende Tweede Kamer-verkiezingen

Beste lezer,

Wi’j van SONT hebben tegere mit de Raod veur ‘t Limburgs een poze leden de volgende brief an de verschillende poletieke perti’jen stuurd. Dit ter info. We hopen dat et helpt, want dat is wel neudig. Hoort zegt het voort, ok dat is slimme neudig, en help zels ok aj’ mar even kunnen. Ondersteun waor aj’ dat de kommende tied mar kunnen.

Ok hebben wi’j van SONT een amendement an GruunLinks/PvdA stuurd, een amendement bi’j et perti’jpergramme. Steun et aj’ lid binnen van disse perti’j. Ze willen wel meer veur et Limburgs investeren, mar ’t Nedersaksisch wodt niet nuumd. Hielemaole onderan ziej’ wel wat d’r te doen is.

Aan de besturen en kandidaten van de partijen voor de komende Tweede Kamer-verkiezingen (november 2023),

Wij roepen hierbij uw partij nadrukkelijk op om met spoed de regionale talen Nedersaksisch en Limburgs met kracht te ondersteunen en te beschermen, nadrukkelijker dan tot nu toe gebeurt, en om dat op te nemen in uw verkiezingsprogramma. Ons belangrijkste motief: versterking van het gebruik van Nedersaksisch en Limburgs is wenselijk om deze talen een herkenbare en eigentijdse plek te geven in de dagelijkse en bestuurlijke communicatie in de betrokken regio’s. Het gaat om talen die sinds mensenheugenis deel uitmaken van de Nederlandse cultuur. Terugloop van beide talen zou een aderlating betekenen. Versterking van beide talen is noodzakelijk om hun voortbestaan te borgen in hun regionale functie. Deze sprong voorwaarts is heel goed denkbaar, want er is de voorbije jaren een ingrijpende en positieve omslag geweest in de beeldvorming rondom regionale identiteiten. Regio’s zijn essentieel in een nationale context en hebben een eigen en doorslaggevende functie in het betrekken van mensen in hun eigen omgeving en in hun dagelijks bestaan. Deze omslag in beeldvorming zien we de laatste jaren terug in maatschappelijke discussies en de betrokkenheid van regionale groeperingen.

We vragen u de volgende drie passages in uw partijprogramma op te nemen:

Onze partij wil in alle onderwijsvormen structureel onderwijs in Nedersaksisch en Limburgs realiseren, om de competenties in die beide talen te behouden, uit te breiden en te versterken. Dat onderwijs zal georganiseerd zijn in doorlopende leerlijnen, van uiterst jong tot volwassenheid, omdat inhoudelijke samenhang zo het best kan worden gegarandeerd. Dat zal aansluiten bij de huidige praktijk van het basisonderwijs.
Onze partij wil een aanpassing van de AWB. In de taalgebieden van Nedersaksisch en Limburgs moeten beide talen vrij gebruikt kunnen worden in het bestuurlijk verkeer, zonder de huidige beperkingen. Ons tekstvoorstel (AWB, lid 2) is: ‘Provinciale en gemeentelijke overheden en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen mogen naast het Nederlands de in hun gebieden erkende regionale talen gebruiken’.
Onze partij wil de bescherming van Nedersaksisch en Limburgs verankeren in de Grondwet, artikel 1, en wel door de volgende toevoeging: ‘Nederland beschermt en bevordert zijn regionale talen’.
Deze voorstellen passen goed in de huidige context waarin beide talen:

door de regering Nedersaksisch en Limburgs zijn erkend als een verrijking voor het Nederlands cultureel erfgoed ;
een sterk bindende kracht hebben in de regionale samenleving;
een extra positieve factor zijn in sociale, economische en culturele contacten met personen en organisaties in aangrenzende Duitse en Belgische regio’s;
functioneren als vitaal communicatiemiddel in culturele uitwisselingen en in bestuurlijk verkeer voor het behoud van de regionale cultuur en identiteit.
Nadere toelichting op de drie passages

bij 1. De afname in beheersing en gebruik is om te buigen in een toename door sterke positieve prikkels. Dat kan met name in het onderwijs: door versterking van de taalcompetenties en door het onderwijs te organiseren in doorlopende leerlijnen.

Volgens de huidige wetsformulering moet, alvorens men Nedersaksisch en Limburgs mag gebruiken, aangetoond worden dat het gebruik van de regionale taal doelmatiger is dan het gebruik van het Nederlands en dat derden niet onevenredig worden geschaad. Dit moeten aantonen werkt belemmerend. Het vrij mogen gebruiken van de eigen regionale taal moet vanzelfsprekend zijn.

bij 3

Vanaf de vroege jaren negentig hebben wij gewerkt aan de verbetering van de positie van Nedersaksisch en Limburgs. Ondanks de erkenningen lukt het ons niet dan met heel veel moeite om telkens weer gewenste verbeteringen op de agenda te krijgen. De kracht van de Grondwet kan helpen. Het moet gewenst en normaal zijn om aan het behoud van de regionale talen te werken. Verder vinden we het een principieel recht dat onze talen door de belangrijkste wet van het land worden beschermd.

Namens de Streektaalorganisaties Nedersaksisch Taalgebied (SONT):

                               Hans Gerritsen, voorzitter

                               Henk Bloemhoff, secretaris

Namens de Raod veur ’t Limburgs:

                               Roeland van hout, voorzitter

                               Ton van de Wijngaard, secretaris

Oproep an de leden van PvdA en GruunLinks

Hierbij roep ik je op om mijn amendement te ondersteunen in het nieuwe verkiezingsprogramma GroenLInks/Pvda. Anders dan de vorige keer bij de PvdA het geval was staat het Nedersaksisch nu helaas niet genoemd.

Dat is heel erg jammer. Het moet wel een vergissing zijn zou je denken, temeer omdat van het Limburgs wel iets belangrijks wordt gezegd, namelijk dat men er meer in wil investeren. Maar: Limburgs en Nedersaksisch zijn beide regionale talen, en ze verdienen beide landelijke steun.

Een amendement wordt pas in stemming gebracht als meer dan 50 personen het ondersteunen. Doe het, willen we vragen. Het gaat erom dat de landelijke overheid het Nedersaksisch gaat steunen, zoals in het verkiezingsprogramma ook voor het Limburgs wordt voorgesteld.

Dit is de link waar je het amendement vindt: Groenlinks PvdA amendenmenten tool Volg daarbij zonodig ook de technische uitleg over het ondersteunen van het amendement, te vinden onder FAQ, nummer 9. Je moet een groene knop ‘amendement steunen’ aanklikken.

De Raod van Europa publiceerde zien verslag van de visitaosie in Nederland in 2022

De Expertkemmissie van de Raod van Europa het gister 9 feberwaori 2023 et verslag publiceerd van zien visitaosie in Nederlaand op et punt van et Europees Haandvest veur regionaole taelen en taelen van minderheden. Die visitaosie was in de loop van 2022. Et verslag gaot uutvoerig in op een tal verbeterpunten angaonde et Nederlaanse beleid veur de regionaole taelen Nedersaksisch, Limborgs en Fries, en veur de minderhiedstaelen Jiddisj en Romanes. Et verslag is hier te vienen: 

https://rm.coe.int/netherlandsecrml7-en/1680aa8930

Wat et Nedersaksisch anbelangt bin veural de bladzieden 33 en 38 an te raoden om kennis van te nemen, al gelt dat eigenlik liekegoed ok veur de details veerder in de tekst.

Raod van Europa infermeerde him bi’j Nedersaksische Orgenisaosies

Donderdag 30  juni was alweer de dadde dag dat de Expertkemmissie veur et Europees haandvest veur regionaole taelen of taelen van minderheden op warkvesite in Nederlaand was. Zoks doen ze om de vuuf jaor, mit extra meugelikheden tussendeur. Disse keer weren ze eerst in Limborg west, daegs teveuren in Liwwadden veur et Fries, en disse 30ste in Stellingwarf veur et Nedersaksisch. Om percies te wezen bi’j de Stellingwarver Schrieversronte in Berkoop. Die bestaon dit jaor vuuftig jaor. In een bi’jienkomst van half tiene tot nao twaelf ure wodde een algemien gesprek over de pesisie van et Nedersaksisch hullen in verbaand mit de andachtspunten en kriteria uut et Europees haandvest. Dat gesprek was mit ofgeveerdigden van de verschillende taelorgenisaosies in et Nedersaksisch taelgebied, zoas et Huus van de Taol in Beilen, de Overiesselakedemie in Zwolle en et Buro Grunninger tael en kultuur. Ien en aander was koördineerd deur de siktaosie van SONT (Streektaelorgenisaosies Nedersaksisch Taelgebied) in de persoon van siktaoris Henk Bloemhoff, zoks in saemenwarking mit Maxime Huot, siktaoris van de Expertkemmissie.

De gesprekken leupen vlot, in feite an de haand van een vraogelieste van de Raod van Europa. In wezen leup et gesprek an de haand van een vraogelieste. Iene van de andachtpunten was dat bi’j et pebliek nog te min kennis over et Nedersaksisch bestaot en dat sommigen nog altied mienen dat et om een dialekt van et Nederlaans gaot. Dan ontstaot vaeke een negatief beeld en zo hebben meensken minder aorighied an et bruken van et Nedersaksisch of et leren d’r van. De schriftelike beheersing is d’r nog veul te weinig, et tal sprekers lopt nog altied weeromme mar liekt ok hier en daor stabiel. Mar de bi’jienkomst was niet ien en al klaegen: d’r verschienen vri’j wat boeken, d’r wo’n kursussen verzorgd en veur oons Stellingwarver gebied vaalt et biezundere plak in et onderwies op. Men moet op zien minst een ure in ’t jaor op ‘e schoelen mit et Stellingwarfs doende wezen in et kader van De Veerkieker. Et aandere, hiemkunde, is niet verplicht mar bֲödt alle gelegenhied om in et kader van omgevingsonderwies ok et Stellingwarfs in te vlechten. En dat is de oflopen tientallen jaoren ok bi’j aorig wat schoelen vri’j vaeke gebeurd. Aandere regio’s  kennen gien verplichting, mar sommigen maeken wel aorig wat materiaol, mit naeme Drenthe. De Raod van Europa het eerder al ‘naor Den Haag toe’ pleit veur een anpak veur et hiele gebied, mit regio-differentiaosie, mar tot now is dat niet wodden. Wel hebben de Nedersaksische orgenisaosies een ni’j groot projekt in veurbereiding, mar dislange kregen ze bi’j de regionaole overheden nog gien geheur. 

D’r kwammen plentie aandere onderwarpen op ‘e bodden, zoas de weens dat meensken meer in de eigen taelen lezen moeten kunnen in de plaetselike en regionaole kraanten en aandere media. De LC bi’jveurbeeld citeert en schrift riegelmaotig in et Fries, mar et Stellingwarfs wodt mar montiesmaote bruukt. Veur de regionaole radio en tillevisie kwam van de Expertkemmissie uut et idee om mit een soort statuut te kommen, daor een redaktie him an holen moet veur wat betreft et wel bruken van de regionaole tael. Dat idee kwammen ze op deurdat ze et heurd hadden van de regionaole zender van Limborg: daor is dat zo.

De konfereensies van de Rieks- en lekaole overheden van april wodden ok an de odder steld. De instituten en verienings vunnen dat d’r te min konklusies trokken binnen en ok is niet dudelik wat men vervolgens doen zal. Een uutzundering zal misschien wezen et veurstel van perf. dr. Roeland van Hout en dr. Henk Bloemhoff  om over te gaon tot vri’j gebruuk van Nedersaksisch in et bestuurlik verkeer (gemienteraoden, perveensiaole staoten). Heur veurstel hoolt in: een wetswieziging van de Algemiene Wet Bestuursrecht, zodat officieel ok et Nedersaksisch bruukt wodden mag, liek as et mit et Fries al kan.

Ok is veursteld om de zorg veur de erkende taelen op te nemen in de grondwet.

Bestuurslid van de Stellingwarver Schrieversronte Ageeth Bos hiette et gezelschop en de instituutsvertegenwoordigers welkom. Zi’j dee in de gesprekken mit as vertegenwoordiger van de SSR. 

De Expertkemmissie was biezunder te spreken over de vrundelike ontvangst deur de jaorige Stellingwarver Schrieversronte, die onder eren et jubileumboek van de jaorige stichting anbeud: ‘50 jaor. Gien woord tevule!’

De vergeerdering wodde deur elk ondergaon as noflik en gemoedelik, wiels toch de punties op de i zet wodden. Et is nog niet bekend wanneer as de Raod van Europa mit zien aendrepot over de situaosie in Nederlaand komt.