Voor elk doel hierna voert SONT een lobby. Bij overheden, bij politieke partijen, in de media, in het publieke debat. SONT vraagt ieders inzet en steun.
- Wij verzoeken de Nedersaksische overheden de toepassing van deel III van het Europees handvest voor regionale talen of talen van minderheden opnieuw bij de minister aan te vragen. Nederland heeft immers recent ook het Papiaments erkend onder deel III. In 1998 gebeurde dat al voor het Fries. Wij vragen met klem gelijke behandeling. Meer dan eens is die door het ministerie van Binnenlandse Zaken afgewezen, terwijl onder meer de juristen J. Jans en M. Herweijer hadden aangetoond dat erkenning onder deel III heel wel mogelijk is (zie hun rapport Nedersaksisch waar het kan). Ook was er, al vanaf 1995, regelmatig steun in de Tweede Kamer. De laatste afwijzing was in 2013, door toenmalig minister Plasterk van Binnenlandse Zaken.[i] Toelichting: toepassing van deel III is veel beter dan alleen erkenning onder deel II. Deel III is concreter en sterk bindend, veel meer dan deel II. Bovendien wordt het huidige onderscheid ‘Nedersaksisch = deel II-taal, geen III-taal’ soms misbruikt om onze Nedersaksische taal uit te sluiten. Zo vond de KNAW onlangs dat voor het Nedersaksisch en Limburgs geen bacheloropleidingen ingericht hoeven te worden maar wel voor het Fries, zijnde een deel III-taal. Er heerst een vicieuze cirkel: men krijgt geen erkenning onder deel III omdat de voorzieningen er (nog) niet zijn, en men krijgt geen voorzieningen omdat er geen erkenning onder deel III heeft plaatsgevonden. De erkenning deel III moet daarom snel tot stand komen; indien niet door de minister dan door een meerderheid in de Tweede Kamer. Een ongelijke behandeling ten opzichte van het Fries en Papiaments kan niet blijvend zijn. (Toepassing van deel III zou sowieso moeten plaatsvinden; zo zegt het Rapport van Uitleg: ‘49. (…) In het handvest wordt er in principe wel vanuit gegaan dat staten gebruikmaken van de mogelijkheden van Deel III, omdat daarin de essentie van de door het Handvest geboden bescherming is vastgelegd.’)
- In de Grondwet moet spoedig een artikel opgenomen worden van de volgende inhoud: ‘Nederland beschermt en bevordert zijn regionale talen Nedersaksisch, Limburgs, Papiaments en Fries’. Toelichting: vanaf de jaren tachtig al moeten wij onophoudelijk strijd leveren voor verbetering van de positie van het Nedersaksisch, en steeds opnieuw moeten we uitleggen dat dat nodig is en waarom. De Grondwet moet worden voorzien van het genoemde tekstvoorstel. Dat kreeg al veel medestanders tijdens het Symposium erkende talen in Wolvega (21-4-2022). Voorbeeld is geweest de Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein, waar Nederduits, Fries en Deens grondwettelijke bescherming genieten. (N.B. Enkele politieke partijen in Nederland willen wel opneming van het Fries in de Grondwet, maar ‘vergeten’ het Nedersaksisch. Laten we nieuwe achterstelling en ongelijkheid voorkiomen. Ons Nedersaksisch moet hoe dan ook in de Grondwet.)
- Het gebruik van het Nedersaksisch in bestuurlijk verkeer moet vrij zijn. Daartoe moet de wet AWB aangepast worden, omdat die in zijn huidige formulering juist het gebruik belemmert. Dat is in strijd met Handvest en Convenant. Wij vragen daartoe bij de minister aan te dringen op verbetering. Eerder is dit voorstel gelanceerd op het Symposium erkende talen in Wolvega (21-4-2022), en het kreeg veel bijval. Het tekstvoorstel is: ‘Provinciale en gemeentelijke overheden en onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen mogen naast het Nederlands de in hun gebieden erkende regionale talen gebruiken’. Ons verzoek aan de minister schijnt doorgestuurd te zijn naar de Nedersaksische overheden. Maar dit is nu juist iets wat alleen de minister zelf kan verwezenlijken: alleen het Rijk kan wetten instellen of aanpassen. En dat laatste moet het Rijk zo snel mogelijk doen.
- Naar analogie van het Fries is er een wet op het gebruik van het Nedersaksisch nodig. Dit temeer omdat de wet voor het Fries ook voor de Nedersaksische gemeente Oost-Stellingwerf geldt. Dat gebied is vanouds grotendeels Stellingwerfstalig. Er zijn wel meer en meer Nederlands- en Friestaligen komen wonen, maar het Stellingwerfs heeft er nog steeds een vaste positie en Stellingwerfstaligen mogen niet achtergesteld worden bij Friestaligen. In tegenstelling met het Fries heeft het gebruik van het Nedersaksisch nog steeds geen bescherming door een wet. Deze ongelijkheid moet weg door middel van een wet Nedersaksisch. We stellen voor om een jurist uit te nodigen om die wet voor te bereiden – voor het hele gebied van het Nedersaksisch uiteraard. Verder moet in Stellingwerf het Stellingwerfs Nedersakisch, naast het Nederlands, ook als officiële taal gelden, net als het Fries voor het geheel van de provincie. Tot nu toe noemen de lagere overheden het Stellingwerfs niet als officiële regionale taal. Dat is onterecht en moet veranderen.
- Overeenkomstig wat het handvest voorstaat met betrekking tot plaatsnaamborden en in aansluiting bij wat het convenant vraagt, nl. de zichtbaarheid van de regionale taal, vragen wij de Nedersaksische overheden het voortouw en de coördinatie te nemen bij de invoering van tweetalige plaatsnaamborden in het hele gebied. Het voortouw: het betreft weliswaar een gemeentelijke bevoegdheid, maar de provincies kunnen ertoe oproepen. Voorbeelden zijn o.m. te vinden op verschillende plaatsen in Drenthe en Overijssel. De streektaalinstituten kunnen behulpzaam zijn in dezen. Voorbeeld van de procedure: de provincie Fryslân heeft de gemeenten indertijd opgeroepen om de Friese (of Stellingwerfs-Nedersaksische, of anderszins streektalige) waternamen vast te stellen en in officieel gebruik te nemen. Dat is vervolgens gebeurd.
- In alle vormen van educatie moet structureel onderwijs in en over het Nedersaksisch plaatsvinden, en over de geschiedenis van het gebied. Het taalonderwijs moet georganiseerd zijn in doorlopende leerlijnen. Dit is conform de aanbevelingen van de Raad van Europa. Daarin staat dat structureel onderwijs noodzakelijk is. Dit is tevens in lijn met het Convenant Nedersaksisch.
- Het Convenant Nedersaksisch vraagt om kennisontwikkeling en -verbreiding. Met name is een bacheloropleiding Nedersaksisch nodig, vooral om op de diverse posities vakmensen aan de slag te kunnen krijgen. Zie bijgaande brief aan de minister hoe wij ons die opleiding inhoudelijk voorstellen. De formuleringen zijn opgesteld samen met de voorzitter van de Raod veur ’t Limburgs. De analogie met het Fries leert dat de bacheloropelding jaarlijks zo’n zes tot zeven ton kost. Voor de helft te bekostigen door het Rijk[ii], en voor de helft door de regio’s.
- Nodig is ook de instelling van een zogeheten practoraat voor het gehele gebied van het Nedersaksisch (zie het kaartje onderaan), naar analogie van het Fries. Punt is dat mensen in de praktische beroepen vakkundig en doelgericht om moeten kunnen gaan met de regionale taal. Met name moet gedacht worden aan de zorg, in het bijzonder aan de verpleging.
- Het Nedersaksisch behoeft versterking in de regionale en lokale media. Landelijk is erover gesproken om bij de eerstvolgende wijziging van de mediawet daarin ook Nedersaksisch en Limburgs op te nemen en die talen een beschermde status toe te kennen. Met ook een doelbepaling dat ongeveer 50% in de nieuwsvoorziening in de regionale taal gebeurt, uiteraard in de taalvorm die bij het desbetreffende gebied past (zie het kaartje). Wij vragen van de regionale overheden om zich hiervoor in te zetten.
- Eveneens is nodig, voor een blijvend sterke, (des)kundige inzet op het punt van de nieuwsvoorziening over Nedersaksisch en Nedersaksische cultuur in de media, de ontwikkeling en verzorging van speciale modules aan een of meer journalistenopeldingen. (Ook dit kan ten goede komen aan alle taalregio’s, zie het kaartje onderaan.)

[i] Zie bijgevoegd verslag van de laatste discussie in de Tweede Kamer
[ii] Voor het Fries inmiddels toegezegd door minister Dijkgraaf