Nedersaksisch heeft perspectief

“Het Nederlands eindigt in vier smaken”. Dat was de kop van een krantenartikel van 27 april jl over het recente onderzoek van Arjen Versloot over streektalen. Uit de resultaten komt naar voren dat het gebruik van de streektaal in jongere leeftijdscategorien fors afneemt. In Nederland houden het Fries en Limburgs goed stand, maar het Nedersaksisch staat onder druk bij jongeren en dreigt te verdwijnen. Als dit zo doorgaat. Dat laatste is een waarschuwing aan al diegenen die de moedertaal van velen in Noordoost Nederland een warm hart toedragen. Een taal waarin men de eigen emoties het beste kan verwoorden, een taal die hoort bij de geschiedenis en identiteit van ons gebied. En ook een culturele schat die niet voor niets opgenomen is in het Europese Handvest van de Raad van Europa.

Het is ook de ambitie van overheden en de streektaalinstellingen in het Nedersaksisch Taalgebied om de positie van het Nedersaksisch te versterken. Taal is geen natuurverschijsel. Het wordt gedragen door mensen. Zij spreken het, schrijven het, zingen erin en lezen het. Op al die terreinen is het Nedersaksisch springlevend! Natuurlijk, het is van alle tijden dat er doemscenario’s worden geschetst. Maar het Nedersaksisch is taai gebleken. De taal bestaat nog steeds en er is zelfs sprake van een opleving en hernieuwde belangstelling. Het teruglopende gebruik bij jongeren betekent echter wel dat er werk aan de winkel is.

Cruciaal voor de taal is de maatschappelijke waardering. Daar zijn wij zelf bij. Het gaat er om dat de taal overgedragen wordt en dat diegenen die de taal beheersen deze ook weer actief gaan gebruiken, het liefst in het openbaar en niet alleen in familiekring. Dat zal eerder gaan gebeuren bij een taal die status heeft. Daarom is het zo belangrijk dat de overheden in het Nedersaksisch Taalgebied tezamen met het Ministerie van BZK het Nedersaksisch als volwaardige taal erkend hebben in het convenant van 10 oktober 2018 en zich inzetten voor behoud van de taal.

Noordoost Nederland is tweetalig. Het helpt dat er een prachtige speelfilm gemaakt is, de Beentjes van Sint Hildegard die door 2,5 miljoen mensen bekeken is op de landelijke televisie. Dat het onderwijs meer en meer aandacht besteedt aan de taal, dat Provinciale Staten in het Nedersaksisch vergaderen en dat er veel popmuziek gemaakt wordt in de streektaal. Daarmee is de taal bezig aan een revival. Om deze positieve trend vast te houden is natuurlijk meer nodig. Dat is dan ook de mooie opdracht voor de streektaalinstellingen waarin zij zich door velen gesteund weten. Het Nedersaksisch heeft perspectief. Zat!

Hans Gerritsen, voorzitter SONT (Streektaalorganisaties in het Nedersaksisch Taalgebied)